
Logopedie is meer dan de natte T, de logge L, de schraap-G, de fluit-S en de Gooise R. In de rubriek Bij de Les maakt Boudewijn Otten kennis met lichaamsechodansen, oberservatiespiegels, resonantietwijfel en therapeutenvertrouwen
Frederieke danst een vreemde dans. Met de palm van haar rechterhand duwt ze tegen de buik van haar danspartner, die met haar rechterhandpalm Frederiekes buik van zich af drukt. Hun ineengestrengelde linkerhanden houden ze boven hun hoofd. Frederieke stapt met haar rechtervoet naar voren, de partner wijkt naar achteren. Ze roept. ‘Oh-ohooooh!’ Dan stapt de partner naar voren. ‘Oh-oh-ooooh!’, echoot ze. Frederieke stapt nu links uit. ‘Ee-ee-eeeeh!’ De wijkende partner pareert. ‘Ee-ee-eeeeh!’ Zo walsen de twee voort. ‘Ah-ah-aaaah!’, ‘Ah-ah-aaaah!’ ‘Ee-oh-aaaah!’ ‘Ee-ohaaaah!’
Het is geen dans. Frederieke helpt de cliënt, want dat blijkt de danspartner te zijn, om ontspannen via de buik te ademen. Gerdien houdt de gebeurtenissen nauwgezet in de gaten via een raam waar je maar van één kant doorheen kunt kijken, een zogeheten observatiespiegel. Het skillslab van Logopedie, op de tweede verdieping van het Wiebengacomplex, telt negen van zulke observatiekamers. Toekijkende studenten horen met een koptelefoon wat er binnen wordt gezegd, gezongen en geschreeuwd. Twee kamers van Frederieke verwijderd vraagt Klaske een man van middelbare leeftijd de oren van het hoofd. Dan mag hij een stukje voorlezen uit het kinderboek Otje. Als hij een paar alinea’s ver is, sluipt Klaske achter hem langs, houdt twee papiertjes bij z’n oren en verfrommelt ze. De man gaat harder praten. ‘Prima’, zegt docent Inge Wijkamp, ‘ze vertelde duidelijk wat ze ging doen. De cliënt schrok helemaal niet toen ze die papiertjes verkreukelde en hij las goed door.’
Klaske, Gerdien en Frederieke zijn drie van de zestien tweedejaars die op 13 maart een vuurdoop ondergaan. Voor het eerst zijn ze een echte logopediepraktijk met echte cliënten, nou ja: echte vrijwilligers. Het zijn vooral eerstejaars Logopedie, die voor hun opleiding leren voelen hoe het is om door een logopedist te worden behandeld. Catharina probeert te doorgronden welke problemen haar Duitse cliënt heeft met de articulatie van Nederlandse woorden. Ze glipt even naar buiten. ‘Weet iemand hoe je iemand met te veel resonantie moet behandelen?’ ‘Te veel resonantie?’, zegt Nathalie, ‘dat kan toch niet?’ ‘Dat dacht ik ook, maar het stond wel in het verslag van de vorige behandelaar.’
Op een groot scherm verschijnt de man in Klaskes ruimte. Hij zingt de klinker a. Zij stem begint laag en eindigt hoog. Ergens halverwege, vlak voordat hij de hoogte in schiet, stokt zijn stem. ‘Een stembreuk’, constateert Klaske, ‘dat klinkt erger dan het is, hoor. Dat hebben veel mensen. Met een beetje oefening hebt u dat zo afgeleerd.’ Linda haalt een dvd’tje uit het opname-apparaat. De studenten nemen veel behandelingen op. ‘Jezelf op video zien, daar leer je zo veel van.’
‘Zo, dit was de eerste keer dat jullie volle bak hebben gedraaid’, zegt Inge Wijkamp. ‘Nou, hoe was het?’ Super, klinkt het uit wel tien kelen. ‘Goed georganiseerd.’ ‘We hebben iedereen behandeld.’ ‘Mijn cliënt kwam niet opdagen’, sipt Nathalie. ‘Precies zoals het in het echt is’, reageert Inge. Hannah had het moeilijk, zegt ze. ‘Mijn cliënt is al langer in behandeling, maar daar had ik geen verslag van. Ik heb dus ook geen behandelplan kunnen maken. Ik wilde ook geen nieuwe anamnese doen, want dat staat zo onprofessioneel. Ik moest improviseren en daar houd ik niet zo van. Ik deed de behandeling en het onderzoek eigenlijk tegelijkertijd.’ Inge: ‘Uitstekend! Zulke dingen gebeuren nu eenmaal. Je zegt dat je geen plan had, maar stiekem had je dat toch eigenlijk wel.’ Ze wijst naar Hannah’s hoofd. ‘In je koppie had je dat plan. Ik heb de hele tijd een beetje rondgeluisterd. Ik ben zeer tevreden: ik zie gewoon dat jullie vertrouwen op jullie vaardigheden als therapeut. Martina!!!!’ Martina veert op. ‘Ja, ik heb me sterker opgesteld, de cliënt weinig laten merken van mijn twijfels. Je had gelijk, dat komt veel beter over. En als ik eerlijk ben: het gaf me ook een heel goed gevoel.’ ‘Jij gedroeg je echt als therapeut’, zegt observator Margreet. ‘Echt veel beter dan in de vorige oefensessie.’ Al doende leert de logopedist. Inge: ‘Meiden, jullie gedragen jullie als therapeuten. Allemaal. De vaardigheden zijn er, het vertrouwen is er. Nu komt het aan op oefenen. Vlieguren maken.’
Boudewijn Otten
Foto: Pepijn van den Broeke
Hoe kan ik me als proefpersoon opgeven?
BeantwoordenVerwijderenKan volgens mij ook aan mijn spraak wat gesleuteld worden ;)
Komt allemaal naar Logopedieland!!! Daar kun je dansen, zingen, kletsen en samen met juf Inge een beetje zo doen alsof! Geweldig, toch?! :o)
BeantwoordenVerwijderenElizabeth, ik heb je al gezegd dat aan jouw /r/ niks meer te doen valt! hihi
BeantwoordenVerwijderenMaar laat die jonge logopediestudentjes er maar op zwoegen, leren ze ook met lastige cliënten om te gaan ;)